Literatuur

WANDELING DOOR DE LITERATUUR

     o.l.v. de heer Joost Minnaard

 

Tijd

Dinsdagochtend van 10.00 uur – 12.00 uur

Data

10 okt. 7 nov. 12 dec. 2017, 16 jan. 27 febr. 2018

Locatie

De Postelse Hoeve

Kosten

€ 28,00 exclusief lesmateriaal

Hand outs

€ 3,00 (afgedrukte)

Gastvrouw

Rita Hilhorst (  06 – 49 91 66 09

 

Ik lees graag, maar wat  als ik het boek uit heb?

Een wandeling door de literatuur, in vijf boeken.

 

Het lezen van een boek doe je meestal in je eentje:

‘Met een boekje in een hoekje’.

Sterker nog, als je bijvoorbeeld een roman geboeid leest, gun je jezelf dikwijls niet eens de tijd na te denken over hetgeen je leest. Je wilt het boek zo snel mogelijk uitlezen. En dan ….?

Dan is er bij het K.V.G, afdeling Tilburg de tijd om het boek nog eens de revue te laten passeren, in het gezelschap van anderen die het boek ook lazen. Het boek geeft stof tot praten over het thema, het boek kan verwijzen naar uiteenlopende zaken op zowel het culturele vlak als in de maatschappij. Literatuur gaat altijd over mensen. Kortom, vragen te over.

Onder (bege)leiding van drs. Joost Minnaard gaan we in het seizoen 2017 – 2018 weer een vijftal boeken met elkaar bespreken.

We besteden - uiteraard - aandacht aan de inhoud en de vorm.

Op welke wijze zijn deze een geheel?

Verwijst het boek naar andere uitingen van kunst?

Verwijst het naar de samenleving en de geschiedenis van die samenleving en wat kan het boek voor ons, lezers, betekenen?

Is er in het boek een tendens zichtbaar die we ook bij andere boeken aantreffen? Etc. etc.

Iedere bijeenkomst besteden we ook aandacht aan een of meer gedichten, als afsluiter.

 

De boeken zijn de volgende:

 

Bijeenkomst 1: Elena Ferrante, De geniale vriendin.

  De Napolitaanse romans 1

Bijeenkomst 2: Geert Mak, De levens van Jan Six.

  Een familiegeschiedenis 

Bijeenkomst 3: Hagar Peeters, Malva.

Bijeenkomst 4: Stefan Hertmans, De bekeerlinge

Bijeenkomst 5: Julian Barnes, Het tumult van de tijd

 

Op de bijeenkomsten wordt uitgegaan van een hand out  met interessante wetenswaardigheden over boek en auteur. Wie een geprint exemplaar wil, kan dat aangeven door extra te betalen. Kosten € 3,00.

 

De docent, Joost Minnaard, studeerde Nederlandse taal-en letterkunde aan de (rijks)universiteit Utrecht. Daarna gaf hij jarenlang Nederlands op de tweede en eerste graads lerarenopleidingen van Fontys Hogescholen en haar rechtsvoorgangers. Hij begeleidt leesclubs en heeft een ruime ervaring in het interviewen van auteurs.

 

Julian Barnes, Het tumult van de tijd.(Vertaald door Ronald Vlek). Amsterdam, 2016. 2e dr. Uitgeverij Atlas Contact

  

Inleiding

In deze hand out besteed ik aandacht aan de volgende onderwerpen: na eerst wat informatie over de auteur Julian Barnes en de componist Sjostakovitsj ( de hoofdpersoon van de roman), de inhoud uiteraard gerelateerd aan de vorm, het motto, de compositie, het perspectief etc. Deze komen allemaal samen in de thematiek die in deze roman aan de orde is. Ook aandacht voor de literaire en cultuurhistorische context van deze roman. Tenslotte wat vragen zoals opgesteld door de Boekensalon, waarin ook wat aandacht voor recensies.

 

Over de auteur Julian Barnes (1946)

Steinz Gids voor de wereldliteratuur blz. 40, noemt de thematiek van culturele verschillen die in een aantal boeken van deze Engelse schrijver voorkomen; ook  zijn ‘vermogen te spotten met literaire conventies en tegelijkertijd pakkende verhalen in diverse stijlen te vertellen […] om hun vormexperimenten en literaire verwijzingen post-modern genoemde romans’. Barnes is meermalen bekroond.

 

  • Herken je iets van het bovenstaande in deze roman?

Over Sjostakovitsj

Het is de vraag of en in welke mate een lezer voorkennis nodig heeft over Sjostakovitsj (1906 – 1975), misschien wel de meest vooraanstaande componist van de Sovjet-Unie. Je kunt hiervoor terecht op het internet en indirect ook in de Noot van de schrijver aan het einde van het boek.

 

Over Het tumult van de tijd

Omslagtekst

De tekst op de omslag  duidt in het kort de inhoud van het begin van deze roman aan. Dat roept verwachtingen van spanning op bij de lezer. ‘ Een verhaal over de botsing tussen Kunst en Macht, en de compromissen die een kunstenaar moet aangaan om zijn stempel op de wereld te drukken – dit allemaal aan de hand van de fictionele biografie van een van de grootste componisten van de twintigste eeuw, Dimitri Sjostakovitsj. Het tumult van de tijd is misschien wel Barnes’ meest diepgaande werk tot nu toe, het werk van een literaire grootmeester.’

  • Wat herken je daar wel of niet in, na de roman te hebben gelezen?
  • Hoe interpreteer je ‘fictionele biografie’?

Opdracht: Voor Pat

 

Motto:

‘Een van het horen

 Een van het herinneren

 En van het drinken.

volkswijsje’

 

  • Kun je dit motto duiden?

Waar in de roman zijn aanknopingspunten te vinden? Zie blz. 205. Sjostakovitsj betrekt de oude wijsheid van het horen, herinneren en het drinken op datgene wat de mensen later te horen zullen krijgen over de innerlijke tegenstrijdigheden van het communisme. Ook betrekt hij het horen, herinneren en drinken op zichzelf.

 

Iets van een samenvatting van de inhoud is te vinden

 

in recensies op het internet, naast uitspraken over de roman als zodanig. Ik kom daar zo dadelijk op terug na de roman min of meer besproken te hebben. Het boek valt niet zo gemakkelijk samen te vatten.

  • Waar zou dat aan kunnen liggen?

De compositie van deze roman:

De roman bestaat uit drie delen, met titel, van ongeveer een zelfde omvang. Het eerste deel wordt vooraf gegaan door een paar bladzijden in cursief, terwijl aan het einde van het laatste deel wederom een fragment in cursief is opgenomen. Daarna volgt een Noot van de schrijver. De delen bestaan uit fragmenten van een wisselende omvang  (van een regel tot een aantal bladzijden). Na wisselende aantallen fragmenten, maar ook van omvang, volgt een *. In het derde deel komen de omvangrijkste gedeelten voor, van elkaar onderscheiden door een asterix. 

 

Het is gerechtvaardigd de vraag te stellen wat de betekenis is van deze fragmenten en hun indeling en waarom de auteur mogelijkerwijs voor deze vorm gekozen zou kunnen hebben.

  • Zou je daarvoor een verklaring kunnen geven?
  • Wat voor een betekenis hebben die meest omvangrijke gedeelten, onderscheiden door een asterix?

Let op wat er op blz. 34 van deze roman staat: ‘Maar hij [Sjostakovitsj] wist dat ze [de moeder]altijd zijn dagboek las.’

 

Voorafgaand aan de roman, als ware het een proloog, het verhaal over twee heren, in de trein in oorlogstijd stilstaand op een perron. ‘Degene van het horen was een magere, nerveuze vent met een bril; om zijn nek en polsen droeg hij knoflookamuletten. De naam van zijn reisgenoot is voor de geschiedenis verloren gegaan, al was hij degene van het herinneren.’ Ze geven een bedelaar te drinken (degene van het drinken). Aan het einde van het verhaal: ‘Toen de twee mannen weer op hun plaats zaten, was degene van het horen al bijna vergeten wat hij gezegd had. Maar die van het herinneren stond pas aan het begin van zijn herinneren.’(blz. 10 -11)

 

In de roman zelf wordt naar deze passages verwezen, zie blz. 88 – 90 en blz. 205. Dan vernemen we dat Sjostakovitsj de man van het horen is, met de amuletten. ‘Waarom herinnerde hij zich dat station nog half, die ene bedelaar tussen duizenden anderen? […] Nee, hij kwam er niet op. Hij kon zich de soldateske grofheden van de bedelaar niet meer voor de geest halen. Wat hem in plaats daarvan wel te binnen schoot was een kazerneliedje uit de vorige eeuw.’ (blz. 89 -90)

 

Een: Op de overloop (blz.13 – 75)

Het begin van de roman:

 

‘Hij wist alleen dat deze tijd de zwaarste was.

 

Hij stond al drie uur bij de lift. Hij was aan zijn vijfde sigaret bezig en zijn geest was rusteloos.’(blz. 15)

 

Van alles gaat er door het hoofd van de hoofdpersoon, Sjostakovitsj, heen, die tien dagen, ’s nachts met zijn koffertje bij de lift staat, ervan uitgaand dat hij zal worden gearresteerd door ‘de Macht’ om naar het Grote Huis te worden overgebracht. ‘Hij had gemeend, daar zo staande, dat hij zijn geest in bedwang had. Maar ’s nachts, alleen, leek het alsof zijn geest hem in bedwang had.’(blz. 17) Zijn onrust, het lot, zijn angst: voor politieagenten bijvoorbeeld, maar ook de angst om aan zijn bescherming te ontglippen. We lezen over zijn jeugd, zijn naam, - in deel drie wordt zijn opgelegde naam gekoppeld aan lafheid ‘Je zou kunnen zeggen dat hij geboren was – of op zijn minst gedoopt – onder het gesternte van de lafheid.’(blz. 181) - zijn gedachten over de vrije liefde welke uiteindelijk niet mogelijk blijkt te zijn in de praktijk. Deze laatste nemen in deze roman een belangrijke plaats in zijn gedachten in. In het derde deel gaan zijn gedachten ook weer over de vrije liefde.

 

Wanneer begon het eigenlijk allemaal? In 1936 met de afwijzing door het Kremlin van zijn opera Lady Macbeth uit het district Minsk, met een groot artikel op pagina drie, met als kop WARBOEL IN PLAATS VAN MUZIEK. In het grootste fragment uit het eerste deel wordt die geschiedenis uit de doeken gedaan, evenals zijn opvattingen over de vrije liefde, en zijn verhouding tot de vrouwen uit zijn leven, zoals Tanja en Nita, met wie hij uiteindelijk trouwt. ‘In een roman zouden alle angsten in zijn bestaan, zijn mengeling van kracht en zwakte, zijn aanleg voor hysterie – allemaal zijn weggevaagd in een maalstroom van liefde die was uitgemond in de hemelse kalmte van hun huwelijk. Maar een van de vele teleurstellingen in het bestaan was het feit dat het nooit een roman was, van Maupassant noch van iemand anders. Nou ja, misschien een kort satirisch verhaal van Gogol.’(blz. 51)

 

Uiteraard ook zijn gedachten over de kunst in het algemeen en muziek en andere kunsten in het bijzonder. ‘Muziek, literatuur, theater, film, architectuur, ballet en fotografie zouden een dynamisch verbond vormen, zouden niet alleen een afspiegeling zijn van de maatschappij, haar bekritiseren of bespotten, maar haar maken. Kunstenaars zouden uit vrije wil en zonder politiek oogmerk hun menselijke medezielen helpen zich te ontwikkelen en te ontplooien.’(blz. 54)

 

Met de Macht voert hij een gesprek; bij een tweede afspraak blijkt de vertegenwoordiger van die Macht verdwenen. Zijn beschermer, een maarschalk, wordt doodgeschoten. Hij wacht , maar hoort nooit meer iets uit dat Grote Huis van de Macht.

 

Het deel eindigt met de beschrijving van het schrijven van zijn Vijfde symfonie, om het Kremlin te behagen, en de ontvangst daarvan. Een ‘optimistische tragedie.’(blz. 75)

 

Twee: In het vliegtuig (blz.77 – 139)

 

Let op de parallel met de opening van het eerste deel:

 

‘Hij wist dat dit de zwaarste tijd was.’(blz.79)

 

Sjostakovitsj vliegt terug van een congres in Amerika, waar hij op instigatie van Stalin naar toe moest. Wat hij ook probeerde, hij ontkwam er niet aan. Ook in dit deel weer over zijn angst: Wat wisten de machthebbers daar eigenlijk van? Zijn gedachten naar zijn dreigementen met het plegen van zelfmoord. Wat had hij gehoopt van Amerika? Eerst het goede: veel grammofoonplaten en sigaretten meegenomen.  Later volt in de roman het minder goede, zijn optreden aldaar. Zijn herinneringen aan de oorlog. Over zijn ontmoeting op een perron met een bedelaar, maar ‘Hij kon zich de soldateske grofheden van de bedelaar niet meer voor de geest halen. Wat hem in plaats daarvan wel te binnen schoot was een kazerneliedje uit de vorige eeuw. […] Rusland, mijn geliefde Moedertje,

 

Ze neemt niets met geweld;

 

Ze neemt alleen wat vrijwillig wordt afgestaan

 

Terwijl ze je een mes op de keel zet.’ (blz. 89 -90)

 

Gedachten, uiteraard, over de staat: ‘Russisch zijn was pessimistisch zijn; Sovjet zijn was optimistisch zijn.’(blz.90) Rusland wordt het moederland van de olifant genoemd. Vandaar ook het gevoel voor ironie. Wanneer begon het eigenlijk allemaal? Op een Congres in 1948 in Rusland wordt zijn Achtste symfonie verguisd; docentschappen worden hem ontnomen, formalist als hij en ook andere componisten zijn. Dan in 1949, in een tweede gesprek met de Macht. Stalin in eigen persoon aan de telefoon met de opdracht naar New York te gaan voor het Cultureel en Wetenschappelijk Congres voor de Wereldvrede.

 

Gedachten over de literatuur (Shakespeare) en de muziek gaan veelvuldig door zijn hoofd heen. Een staaltje van het Russische denken op zijn Stalins: ‘De zoektocht naar de Rode Beethoven was misschien een komedie geweest, behalve dat niets rond Stalin ooit een komedie was.’(blz. 118) Werd er geen Rode Beethoven gevonden dan zou wel eens aan de formalistische musicologen hebben kunnen liggen.

 

Op dat congres in Amerika wordt hij uitgedaagd door een zekere Nabokov (niet de beroemde schrijver). Sjostakovitsj legt op neerbuigende toon uit waarom het Sovjetmuzieksysteem superieur is aan alle andere, waar ook ter wereld. Er  bestaat een zeer hechte band tussen en een grotere begrip tussen, volk, partij en de componisten uit de Sovjet-Unie. Hij beschouwt Stravinsky als iemand die het moederland heeft verraden en een opsomming waarin een wereldvrede  gecombineerd wordt met een dom fanatisme wat de muziek betreft. ’Wat ertoe deed, was niet zozeer of een bepaald verhaal feitelijk waar was, als wel wat het betekende. Al was het ook zo dat naarmate een verhaal meer rondging, het steeds meer waar werd.’(blz. 130)

 

De personen die wilden dat hij de Macht zou bestrijden ‘zoals zij geloofden in jouw positie te zullen doen. […] Wat ze niet begrepen, die zelfbenoemde vrienden, was hoeveel ze met de Macht zelf gemeen hadden: hoeveel je ook gaf, ze wilden altijd meer.’(blz. 134) Hij voelt echter dat hij Stravinsky verraden heeft. Na zijn terugkeer in Moskou verschijnt er een artikel onder zijn naam in een tijdschrift.

 

Het deel eindigt als volgt:

 

‘Het leven is geen wandeling door een veld. ’Het was tevens de slotregel van Pasternaks gedicht over Hamlet. En de daaraan voorafgaande: ‘Ik sta alleen, te midden van schijnvromen.’(blz. 139)

  • Hoe interpreteer je deze regels?

Drie: in de auto (blz. 141 – 219)

 

Let ook hier weer op de opening:

 

‘Hij wist alleen dat dit de zwaarste tijd was van zijn leven. De zwaarste tijd was niet hetzelfde als de gevaarlijkste tijd. Want de gevaarlijkste tijd was niet de tijd waarin je het meeste gevaar liep.’ (blz. 143)

  • Wat voor betekenis hecht je aan deze openingen?

Sjostakovitsj zit in zijn auto, met chauffeur. Hij stelt zichzelf de vraag : ‘Lenin vond muziek deprimerend.

 

Stalin meende muziek te begrijpen en te waarderen

 

Chroetsjtsjow verfoeide muziek.

 

Wat is het ergste voor een componist?’(blz.143)

 

Allerlei gedachten en herinneringen gaan door zijn hoofd heen. Over het liegen als ware hij een ooggetuige, over moed en schoonheid. Stalin, (‘de Grote Tuinman, de Grote Musicoloog’). De Partij wijst hem een mentor toe. Met de dood van Stalin houdt diens ‘heropvoeding’ op. Drie zinnetjes die hem angst inboezemen: Weet Stalin het? Stalin weet het. En: Stalin zegt dat hij ongemoeid moet worden gelaten. Hij verwacht niet langer vermoord te zullen worden; onder Chroetstsjov (‘Nikita de Maiskolf’) treedt een vorm van dooi in, maar ‘Vroeger waren er bevelen geweest, nu waren er suggesties. Dus werden zijn Gesprekken met de Macht, zonder dat hij er aanvankelijk erg in had, gevaarlijker voor de ziel. Vroeger hadden ze de grenzen verkend van zijn moed, nu verkenden ze die van zijn lafhartigheid.’(blz. 162)

 

In zijn hoofd gaan de gedachten meer dan eens naar Prokofjev en Stravinsky. Over deze componisten zegt Pieter Steinz, in zijn Made in Europe De kunst die ons continent bindt blz. 338 het volgende:

 

‘Sjostakovitsj, een componist die de klassieke Russische traditie van Prokofjev en Strawinsky verbond met invloeden uit de late romantiek en de filmmuziek’

 

Over zgn. ’historische ontmoetingen’, zoals met Stravinsky en de dichteres Achmatova. ‘Wat moest het nageslacht gaan geloven? Hij dacht wel eens dat er van alles een andere versie bestond.’(blz. 166)  Hij wordt ouder en  ‘Zijn lichaam was nog even gespannen als altijd; misschien nog wel meer. Maar zijn geest was niet rusteloos meer, die strompelde tegenwoordig voorzichtig van de ene angst naar de andere.’(blz.171) Eerherstel voor zijn opera zit er niet in. Zijn echtgenote Nita sterft; zijn mislukte tweede huwelijk. Uiteindelijk trouwt hij gelukkig met Irina. Wederom gedachten over de liefde, met een verwijzing naar het verhaal van Guy de Maupassant. Hij voelt zich nu eerder als de koopman uit dat verhaal: buitengesloten.

 

Er vindt een Derde en Laatste Gesprek met de Macht plaats. In alweer, een schrikkeljaar: 1960. Hij zal en moet voorzitter worden van de Componistenbond. Daarvoor zal hij ook moeten toetreden tot de Partij. Hij treedt toe. ‘Hij was zo moedig geweest als zijn karakter hem had toegestaan; maar er was altijd het geweten om te benadrukken dat er meer moed had kunnen worden getoond.’(blz. 185) Maar er zijn ergere dingen, zoals het ondertekenen van brieven gericht tegen Solzjenitsyn en Sacharov. ‘Enerzijds hoopte hij dat niemand zou geloven – niemand kon geloven – dat hij het werkelijk eens was met wat er in de brieven stond. Maar de mensen geloofden het wel. […] Er waren grenzen aan de ironie: je kunt geen brieven ondertekenen terwijl je je neus dichthoudt of stiekem duimt, in het vertrouwen dat anderen wel zullen begrijpen dat je het niet meent.’(blz. 203)

 

In het laatste gedeelte vooral reflecties op wanneer alles voorbij zal zijn: ‘Het enige waarvan hij zeker kon zijn, was dat wanneer – als – deze tijden voorbij waren, de mensen een versimpelde versie zouden willen van wat er had plaatsgevonden. Nou ja, dat was hun goed recht.

 

Een van het horen, een van het herinneren en een van het drinken – zoals ze zeggen’(blz. 205). Reflecties op het uit het oog verliezen van de menselijke maat bij de verwezenlijking van ideaal van de Sovjet – Unie, op het begrip ironie, en op wat na de dood. ‘Wat hij hoopte was dat de dood zijn muziek zou bevrijden, bevrijden van zijn leven. De tijd zou verglijden en hoewel de musicologen hun debat zouden vervolgen, zou zijn werk op zichzelf komen staan. […] Omdat de muziek, uiteindelijk, van de muziek was. Dat was alles wat je zeggen kon, of wensen.’ (blz. 218 -219)

 

Met name het derde deel heeft een veel meer beschouwend karakter dan de eerste twee delen. Hoe ervaar je dat als lezer?

 

Dan volgt, als ware het een epiloog, een afsluiting van het verhaal in cursief. ‘De bedelaar zou nu reeds lang dood zijn, en Dimitri Dimitriëvitsj was vrijwel onmiddellijk vergeten wat hij had gezegd. Maar hij wiens naam voor de geschiedenis verloren is gegaan herinnerde zich het nog wel.‘ (blz. 219) er klinkt iets als een drieklank bij het drinken van de wodka. ‘En dat was wat die van het herinneren zich herinnerd had. […] En toch was een door drie niet al te schone wodkaglazen en hun inhoud voortgebrachte drieklank een geluid dat vrijelijk opklonk boven het tumult van de tijd, en alles en iedereen zou overleven. En misschien was dat, uiteindelijk, het enige wat ertoe deed.’(blz. 220)

 

Het perspectief  en andere elementen

 

Het perspectief berust in deze roman bij een vertelinstantie die als het ware in het hoofd kruipt van de hoofdpersoon Sjostakovitsj. Een vertelinstantie die ook meer weet dat de hoofdpersoon eigenlijk zou kunnen weten. Diverse emoties, gevoelens en stemmingen die in het eerste deel aan de orde komen, keren in de latere delen terug. Ook zie je dat heel mooi aangegeven bij de gesprekken die de Macht met hem voert.

 

Motieven en thematiek

 

De motieven vormen als het ware de bouwstenen van een roman om tot het vaststellen van het thema te komen. In deze roman onder andere de volgende. Vindplaatsen tref je aan in het gedeelte dat ik heb beschreven onder het kopje Compositie:

 

*De componist Sjostakovitsj in de Sovjet – Unie. Verscheidene composities van hem worden genoemd, evenals de ontvangst daarvan door het Kremlin.

 

*De Sovjet – Unie en de wijze waarop het regime omgaat met zijn burgers ten tijde van Stalin en later van Chroetstsjov. De namen waarmee beide worden aangesproken zijn typerend voor een dictatuur.

 

*Het moeilijke leven van een, ondanks alles, vooraanstaand componist in de Sovjet – Unie.

 

*Het karakter en het gevoelsleven van Sjostakovitsj.

 

*Opvattingen over de kunst in het algemeen en kunsten als muziek, literatuur e.a. in het bijzonder.

 

*Opvattingen over de liefde en de wijze waarop deze opvattingen wel of niet in de praktijk worden verwezenlijkt.

 

De schrijver Julian Barnes heeft zich gebaseerd op bronnen. De voornaamste bronnen noemt hij in Noot van de schrijver: Elizabeth Wilson, Shostakovich: A Life Remembered, (1994) en Testimony: The Memoirs of Shostakovich zoals verteld aan Solomon Volkov uit 1979. Hij zegt daarover het volgende: ‘Ik heb het behandeld zoals ik een privédagboek zou behandelen: als naar het lijkt de volle waarheid gevend, maar meestal geschreven op hetzelfde moment van de dag, in dezelfde gemoedstoestand, met dezelfde vooroordelen en weglatingen.’ (blz. 222)

 

Hij wijst nadrukkelijk op het feit dat zijn boek een roman is. Betrek hierbij ook wat Sjostakovitsj zelf aan geeft over zijn dagboek, op blz. 34.

 

Deze opmerkingen geven enigszins aan hoe we het thema: Het leven van Sjostakovitsj moeten opvatten. Niet in de strikte zin dus van een biografie, maar van een roman.

 

Titelverklaring Wat voor betekenis geef je aan de titel van deze roman?

 

Zie blz. 155: ‘Wat kon er tegenover het tumult van de tijd worden ingezet? Alleen de muziek die in onszelf zit – de muziek van ons wezen -. Die door sommigen wordt omgezet in echte muziek. Die tientallen jaren later, als ze sterk, echt en zuiver genoeg is om het tumult van de tijd te overstemmen, wordt omgezet in de fluistering van de geschiedenis.’

 

Zie ook blz. 201: ‘Nu hij meer van het leven had gezien en was verdoofd door het tumult van de tijd, leek het hem waarschijnlijk dat Shakespeare gelijk had gehad, het juist had gezien, maar alleen wat diens eigen tijd betreft

 

Cultuurhistorische context; literaire context. In zijn Made in Europe De kunst die ons verbindt (2014) besteedt Pieter Steinz aandacht aan de ‘Tweede Wals’ van Sjostakovitsj. Jan Brokken beschrijft in zijn laatste boek, De gloed van Sint-Petersburg Wandelingen door heden en verleden in het hoofdstuk Marata 9, de stilte van de ingehouden adem aandacht aan het woonhuis van de componist, zijn leven en werk en de indruk die dit allemaal op hem heeft gemaakt.

 

Het is ook interessant eens na te gaan waarin deze roman overeenkomt en / of verschilt van Jij zegt het van Connie Palmen.

 

Discussietips van de Boekensalon, ontleend aan het internet:      

 

1. Sjostakovitsj worstelt met zijn integriteit als persoon en componist en stelt zichzelf de vraag of hij een lafaard is geweest. Hoe zie jij hem na lezing van deze roman? In hoeverre had hij anders kunnen handelen?

 

2. In een verhaal van Guy de Maupassant* (p. 46-47 en 174-175) herkent Sjostakovitsj zijn ideaal van liefdhebben: ‘zonder vrees, zonder blaam, zonder aan de dag van morgen te denken. En achteraf zonder berouw.’ In hoeverre beïnvloedt zijn worsteling met de macht zijn vermogen lief te hebben? Welke rol spelen vrouwen in zijn leven?

 

* Het betreft het verhaal ‘Madame Parisse’ uit 1886. Een Engelse vertaling op internet: http://www.gutenberg.org/files/3077/3077-h/3077-h.htm#link2H_4_0012

 

3. De titel van de roman keert in de tekst op diverse plaatsen terug, met name in de zin: ‘De kunst is de fluistering van de geschiedenis, die boven het tumult van de tijd uit is te horen’. Wat vind je van die stelling?

 

4. ‘De gevaarlijkste tijd was niet de tijd waarin je het meeste gevaar liep’ (p. 143) staat aan het begin van het derde deel. Hoe interpreteer je die uitspraak op grond van de pagina’s die volgen?

 

5. ‘Vroeger hadden ze de grenzen verkend van zijn moed, nu verkenden ze die van zijn lafhartigheid’ (p. 162), laat Barnes Sjostakovitsj denken over zijn ‘Gesprekken met de Macht’ als Chroesjtsjov aan de macht is gekomen. Wat zijn de gevolgen voor de componist van de machtswijziging?

 

6. Musicologen voeren al sinds het overlijden van Sjostakovitsj in 1975 een debat over de vraag of hij een ‘marionet van het regime’ was of een dissident die in zijn muziek anticommunistische boodschappen verborg. Welk beeld is er voor jou ontstaan door deze roman?

 

7. In hoeverre zie je elementen uit de muziek terug in (de structuur van) deze roman over een componist?

 

8. Ben je door deze roman nieuwsgierig geworden naar de muziek van Sjostakovitsj, voorzover je die nog niet kent? Waarom wel of niet?

 

9. Recensenten oordelen verschillend over het perspectief dat Barnes hanteert in het boek. Volgens Annick Vandorpe (De Morgen, 13 januari 2016) geeft hij de componist geen eigen stem, verplaatst hij zich niet in zijn personage, wat het verhaal indringender had kunnen maken. Andere recensenten vinden dat Barnes wel overtuigend ‘in het hoofd’ van de componist kruipt terwijl daarnaast de stem van de biograaf klinkt. Gerwin van der Werf (Trouw, 16 januari 2016) stelt dat in die combinatie ‘op een sympathieke manier iets tegenstrijdigs zit. De componist smeekt ons om de muziek voor zichzelf te laten spreken, los van zijn leven. Tegelijk roept zijn (fictionele) biograaf juist dat leven op, opdat wij de man en zijn omstreden keuzes kunnen begrijpen en zijn angst voelen.’ Hoe heb jij het perspectief in het boek ervaren?

 

10. Het boek bevat veel verwijzingen naar kunstenaars en kunstuitingen met name op het gebied van muziek en literatuur. Welke verwijzingen spreken je het meest aan? Waarom?

 

11. Het boek wordt, met name in het laatste deel, steeds beschouwender van toon. Hoe waardeer je dit deel in relatie tot de andere twee

 

KLUSJESMAN

 

Hij stottert, zijn bierbuik spant,

hij wordt kaal, hij mist een tand of vijf

maar in ’t café vinden vrouwen hem charmant,

gulzig pulkt hij aan hun lijf

en jasje uit, op zijn gaterige sokken,

rock ’n rolled hij hen uit hun rokken.

 

‘Hij is niet kwaadaardig,’ zegt zijn laatste baas.

‘Als hij werkt, werkt hij serieus

maar hij houdt het niet vol, het is curieus

maar na drie maanden doet hij dwaas

of is hij ziek of valt hij van een trap

zodat hij overal buitenvliegt, en rap!’

 

Dus gaat hij stempelen, vrouw aan de arm.

Zij wacht op hem of hij wacht op haar

In het café vlakbij. Je zit er warm,

je speelt kaart, je danst, je kent elkaar

en tegen de dageraad heb je een krat

pils binnen en zijn al je zinnen zat.

 

Sommigen sparen voor een maand in de Ardennen,

anderen hangen avondenlang voor de Teevee.

De Ardennen zijn mooi, rotsen, beken, dennen

en van de Teevee leer je meer dan op café,

maar zijn leven ziet hij meer als een slingerdans

tussen stempel en drank en geil gezwans

dat zij nooit, nooit kunnen blijven duren.

Of wel?

 

LOODGIETER

 

Plots stroomde door een scheur in het plafond

water in mijn woonkamer, een geraas

dat bleef plenzen

over boeken, meubels, foto’s en het vast tapijt.

Ik bel bij de bovenburen. Niemand thuis.

na een half uur waterval

waarin de kroonluchter het begeeft

en ik rondwaad met een hulpeloze dweil

komt loodgieter EDGAR van het telefoonboek

in een bultig Teeshirt

met op een arm de Heilige Maagd getatoeëerd,

op de andere een dolk die een roos doorsteekt.

‘Jaja,’ zegt hij en rolt een sigaret.

‘Het komt van bij de bovenburen, ‘zeg ik kletsnat.

‘Zeg dat dan,’ gromt hij.

Wij bellen bij de bovenburen.

‘Jaja,’ zegt Edgar en beukt de deur in.

Wij vinden er een kind in overstromend bad

dat joelend met water spat.

Edgar sluit de kraan en rolt een sigaret.

‘Dat kindje zal geld gaan kosten,’ zegt hij vergenoegd.

Het kindje zegt; ‘Papa en mama zijn naar de cinema.’

 

Is dit nu een gedicht? Ik denk het niet.

Wat is een gedicht? Misschien de schilfer verf

die weken later met een licht gekras

loslaat van mijn plafond

en dwarrelt als een dode witte mot

en landt in heur haar.

 

DE VOERSTREEK

 

Er wordt verteld dat toen de edelen van Vlaanderen

aan het hof van de Franse koning werden ontvangen

zij daar minnetjes op houten banken werden neergezet.

Waarop de heren zich van hun mantel ontdeden,

die mantels van fluweel, brokaat en hermelijn

opvouwden, oprolden

en erop gingen zitten als op kussens

die zij na de vergadering lieten liggen.

 

-‘O, héla, seigneurs flamands,

u vergeet uw mooie dure jassen!’

De Vlamingen haalden hun schouders op

en zeiden: ‘Franse heren, beschouw dit

als een cadeautje voor uw koning.’

 

Dat was in de dertiende eeuw, zegt men.

in onze tijd hoort men nachtelijk

in Brusselse paleizen onze seigneurs flamands

bezig met hun taalstrijd,

sarrend, snauwend, geoppolitisch opportuun.

hun kiezers knarsen

want zij denken aan hun kiezers.

 

Ghi, here, siet wah ghi doet

en laat toch dat vaal colbertje van de Voerstreek

gevoerd met rancune,

genaaid in onmacht,

geweven in belangen,

achter op de Waalse houten bank.

Cadeautje.                                             Hugo Claus, Ambachten

 

ENVOI

 

Mijn verzen staan nog wat te gapen.

Ik word dit nooit gewoon. Zij hebben hier lang

genoeg gewoond.

Genoeg. Ik stuur ze ’t huis uit, ik wil niet wachten

tot hun tenen koud zijn.

Ongehinderd door hun onhelder misbaar

wil ik het gegons van de zon horen

of dat van mijn hart, die verraderlijke spons die verhardt.

 

Mijn verzen neuken niet klassiek,

zij brabbelen ordinair of brallen al te nobel.

In de winter springen hun lippen,

in de lente liggen zij plat bij de eerste warmte,

zij verzieken mijn zomer

en in de herfst ruiken zij naar vrouwen.

 

Genoeg. Nog twaalf regels lang op dit blad

hou ik ze de hand boven het hoofd

en dan krijgen zij een schop in hun gat.

Ga elders drammen, rijmen van een cent,

elders beven voor twaalf lezers

en een snurkende recensent.

 

Ga nu verzen, op jullie lichte voeten,

jullie hebben niet hard getrapt op de oude aarde

waar de graven lachen als zij hun gasten zien,

het ene lijk gestapeld op het andere.

Ga nu en wankel naar haar

die ik niet ken.                                        Uit: Hugo Claus, Gedichten 1948 - 1993